De verhouding tussen het burgerlijk procesrecht en de AVG

De verhouding tussen het burgerlijk procesrecht en de AVG

Appellant heeft verschillende civiele en strafrechtelijke procedures gevoerd waarin hij gegevens heeft gevraagd die berusten bij de Raad voor de Kinderbescherming. Na een eerdere uitspraak van de Afdeling heeft hij de RvdK verzocht om op grond van de AVG inzage te geven van de persoonsgegevens betreffende hemzelf en zijn zoon. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit op dit verzoek ongegrond verklaard.
De Afdeling begrijpt de uitspraak van de rechtbank zo, dat zij heeft bedoeld dat er voor de inzage in persoonsgegevens die deel uitmaken van processtukken in de civielrechtelijke procedures een bijzondere en uitputtende regeling geldt, die voorrang heeft boven de AVG. Echter: anders dan de rechtbank meent, is de AVG als Unierechtelijke verordening rechtstreeks toepasselijk in elke Lidstaat en heeft voorrang boven nationaal recht.