Leidse schouwburgarrest (1841) vs. Blaauboer/Berlips (1905)

Leidse schouwburgarrest (1841) vs. Blaauboer/Berlips (1905)

Waren de opvolgende eigenaren van een koffiehuis gebonden aan een verplichting die de oorspronkelijke koper op zich had genomen? Deze vraag werd in 1841 voorgelegd aan de Hoge Raad ó die bevestigend antwoordde. In het Leidse schouwburg arrest werd de 19e-eeuwse leer inzake de overgang van verplichtingen ten aanzien van een goed voor het eerst neergelegd.
De uitspraak leidde evenwel tot discussie over de vraag wanneer verplichtingen ten aanzien van een zaak op een opvolgend eigenaar overgaan. In het arrest Blaauboer/Berlips kwam de Hoge Raad 64 jaar later tot andere conclusies.